maandag, november 28, 2022

Het muziekdraadje 48

Marina

Maandag 28 november 2022

De bijdrage aan deze rubriek is ditmaal een nummer uit mijn jeugd. Natuurlijk was ik veel te jong om de tekst te begrijpen. Ik liet mij vooral leiden door het onbekende, het ongrijpbare, de hese stem. Dat laatste was een belangrijk wapen van de in ItaliƩ geboren zanger Rocco Granata, die op zijn tiende naar Belgiƫ verhuisde en tegen de zin in van zijn vader, een mijnwerker in het Belgische Waterschei, een muzikale loopbaan ambieerde.

Met een eigen orkestje The International Quintet toerde hij al vroeg door Belgisch-Limburg en had voor het uitbrengen van een single, die er met hulp van een dancingeigenaar kwam, een B-kant nodig. Haastig pende Granata wat zinnetjes neer. De rest is geschiedenis. Niet het beoogde Manuela maar dit nummer Marina werd populair en wereldwijd werden er vijf miljoen exemplaren van verkocht. Bovendien coverden honderden artiesten zijn Marina. IK noem er enkele: Catherina Valente, Dalida, Gipsy Kings en Louis Armstrong.

Inspiratie voor het nummer vond Granata uit een sigarettenmerk Marina. Tijdens het opnemen improviseerde de zanger erop los. ‘In het midden van het nummer stopte ik even en schreef daarna rap verder tot ik bijna op het einde was. De technieker vroeg op een bepaald moment ongeduldig of ik al klaar was. Ik zei van wel en we gingen verder. Dus ik zong als refrein Oh no no no no no.´

Met de huidige vertaalmachines is het niet zo lastig om te weten waarover Granata daadwerkelijk zong. Ik pik er gewoon enkele regeltjes uit Marina, Marina, Marina Ti voglio al plu presto sposar en iets verderop O mia bella mora no non mi lasciare, no mi  devi rovinare. Ja inderdaad het gaat over liefde, over trouwen en dan het liefst zo snel mogelijk. Maar ook spreekt er angst uit dat de mooie brunette hem verlaat.

Opa IJsbeer


maandag, november 21, 2022

Het muziekdraadje 47

Kalverliefde

Maandag 21 november 2022

Wat hebben Bob Leverman en Bonnie St.Claire gemeen? Zij hebben beiden bij Unit Gloria gezongen. Nadat Robert Long, de artiestennaam waaronder Bob Leverman bekend werd, bij deze band vertrok werd zijn rol door Bonnie overgenomen. In 1963 had Leverman al eens een band opgericht: The Yelping Jackals, waarbij hij zelf optrad als Bob Revvel. Met de band The A-Ones bracht hij voor het eerst een single uit It Takes Time.

Maar zoals gezegd als Robert Long werd hij echt bekend en dan ook nog vooral door zijn Nederlandstalige liedjes, soms meesterlijk gearrangeerd door Erik van der Wurff. Liedjes met maatschappijkritische teksten, gedurfd en soms ook heel lief met een ietwat verdrietige ondertoon, zoals Kalverliefde dat verscheen op zijn eerste solo album Vroeger of Later uit 1974. Misschien een beetje laat maar dit nummer werd in 1993 ook op single uitgebracht als promotie voor een compilatie LP Het allerbeste van Robert Long.

Dit nummer spreekt mij in het bijzonder aan en als ik terugkijk op mijn jeugd dan herken ik de openingsregel meteen, voel het achteraf ook zo. ‘Ja kalverliefde was het wel misschien zelfs min of meer een spel dat werd gespeeld, en met je hobby’s werd gedeeld.’ En ook in het tweede gedeelte herken ik mijzelf. ‘Onhandig mompelde je wat, onhandig fluisterde je schat.’

De ommekeer verliep echter bij ons anders. Het waren niet de opmerkingen van de vriendjes die een einde aan de Kalverliefde maakte en ook de wijze waarop ging anders dan ‘hier is je ring wat moet ik met dat klere ding?’ En inderdaad ‘de eerste keer doet zoiets zeer, dan lig je huilend in je bed, je voelt een redeloos verzet en ook de pijn. Je denkt zo zal het nooit meer zijn’. Ach kalverliefde… wat is dat lang geleden.

Opa IJsbeer


maandag, november 14, 2022

Het muziekdraadje 46

Room to move

Maandag 14 november 2022

Even heb ik na de November boogie van vorige week overwogen om Honkie tonkie pianissie te kiezen als vervolg maar uiteindelijk ga ik opnieuw voor het muziekinstrument de mondharmonica. En ditmaal blaast de levende Britse blueslegende John Mayall erop. Een echt bluesnummer wil ik zijn Room to move echter niet noemen. Maar een bescheiden hit had hij er wel mee en het klopt dat deze muzikant voor de tweede keer in het Muziekdraadje voorkomt.

Het nummer staat op zijn livealbum The Turning Point uit 1969 en wordt in 1970 als single uitgebracht. Het is opgenomen tijdens een concert in Filmore East in New York. Mayall heeft zich bij de melodie laten inspireren door One Way Out van Sonny Boy Williamson II. Tijdens de uitvoering wordt er geen gebruik gemaakt van een leadgitarist en ook een drummer ontbreekt. Tijdens het spelen is Mayall aan het scatten, het zingen van woorden met alleen klanken zoals ook door diverse jazzmusici wordt gedaan.

Het nummer is improviserend ontstaan tijdens diverse concerten en gaat over ‘de behoefte van een muzikant voor persoonlijke vrijheid om lief te hebben zonder verstrikt te raken’. Mayall gebruikte het vaak als afsluiter tijdens een concert. ‘Het is iets waarin je de totale vrijheid hebt om de mondharmonica zijn ding te laten doen en om ritmische geluiden in je microfoon te spelen.’

Genoeg daarover, ik laat nu even het lied spreken. ‘If you want me darlin’ here’s what you must do. You gotta free me ‘caus I can’t give the best unless I got room to move.’ Iets later gevolgd door ‘I’ll be ciculating, ‘cause that’s the way I am.’ En die vrijheid gebruikte Mayall tijdens zijn optredens, zodat zijn Room to move steeds weer anders klinkt.

Opa IJsbeer


maandag, november 07, 2022

Het muziekdraadje 45

November boogie

Maandag 7 november 2022

Op de eerste maandag van de elfde maand van het jaar kan het uiteraard niet uitblijven; een nummer over november. En ik kies niet voor een lied van Guns ‘Roses, maar de oude Sonny Boy Williamson laat mij swingen. Alleen wel opgepast want er zijn twee bluesmuzikanten met die naam.

Allereerst heb je John Lee Williamson, een mondharmonicaspeler die in 1948 bij een overval werd doodgeschoten en je hebt Rice Miller die de naam aannam en daarmee zowel het publiek als zijn eerste platenlabel misleidde toen hij die naam aannam. Eigenlijk was er zelfs nog een derde muzikant met die naam. Omstreeks 1940 trad Enoch Williams, een jazzpianist en zanger, onder die naam op in het Sunny Boy Trio.

Alex ‘Rice’ Miller was een buitenechtelijk kind van Millie Ford en nam de achternaam van zijn stiefvader aan. Hij trad op met talloze grote bluesmuzikanten als Robert Johnson, Elmore James en Big Joe Willams. Daarbij gebruikte hij namen als Willie Miller, Willie Williamson, Sonny Boy Williamson II en Little Boy Blue. Net als die andere bluesmuzikant Sonny Boy speelde Miller mondharmonica.

Over het nummer November boogie zegt dat overigens weinig, of eigenlijk helemaal niets. Een nummer waar ik Sonny Boy II zelfs niet hoor zingen, slechts enig gebrom kan waarnemen. Ik reken dat de opname aan waarover ik beschik, want er zijn volgens de verhalen ook andere opnames van dit nummer. Ik blijf echter kleven aan de mondharmonica die ik heb proberen te spelen, maar wat mij niet is gelukt. Ik draag het lied daarom op aan mijn vader, weliswaar geen bluesman, maar wel iemand die dit mooie instrument beheerste.

Opa IJsbeer