Ballonnetje
Maandag 10 juli 2023
Met Wim Sonneveld en Wim Kan behoorde Toon Hermans tot de
grote drie van het Nederlands cabaret. Zijn vader overleed toen Hermans tien
jaar was en liet zijn gezin straatarm achter. Toon begon daarop met schrijven
van sinterklaasgedichten voor een speelgoedwinkel en wilde in de voetsporen
treden van de clown Johan Buziau, die zich van circusartiest ontpopte tot een
revueartiest.
Op zestienjarige leeftijd schreef Hermans, in het Sittardse
dialect, al zijn eerste revue. Van Buziau leerde hij veel over timing en mimiek
en in carnavalskringen had hij snel succes. Mede dankzij de radio groeide zijn
bekendheid buiten Limburg. Via de directeur van Carré kreeg Hermans een kans
bij het cabaret van Carl Tobi dat veel optrad in het Leidseplein Theater en
maakte furore met zijn imitatie van Buziau.
Vanaf 1955 kwam zijn carrière in een stroomversnelling. Hij
begon met solovoorstellingen en toen die onemanshows op televisie werden
uitgezonden was er geen houden meer aan. Een poging op Broadway door te breken
mislukte, mede omdat hij zich daar niet thuis voelde. Wel had Hermans in
Duitsland en in Oostenrijk succes, maar zijn populariteit was vooral in
Nederland en in Vlaanderen groot.
Tijdens zijn optredens zong Hermans ogenschijnlijk losjes,
maar ieder woord en iedere beweging was tot in de perfectie uitgevoerd.
Vrolijkheid, emotie en liefde komen voorbij. Ik laat mij gaan op zijn Ballonnetje,
dat danst in de wind. Aan een draadje naar de zon gaat zo’n lekker dikke,
rooie, mooie luchtballon.
Waar gaat het over: Ik zing van de vogels en de vissen
van een jongen en een meisje op een fiets. Ik zing van de bollen in Lisse, Ach,
ik zing van niets, zo zingt Toon. Ach ik zing maar wat en zo’n liedje
dat danst langs de deuren. Inderdaad zo dus, dat ballonnetje in honderden
kleuren zweeft wat dalleru naar ’t hart van u.
Opa IJsbeer

Geen opmerkingen:
Een reactie posten