De vorst
Maandag 15 februari 2021
Zo aan het einde van de vorstperiode neem ik de tijd om terug
te kijken op een deel van mijn leven. Als kind heb ik op De Baat, de toenmalige
schaatsbaan in mijn geboortedorp, wel op schaatsen gestaan, maar op die Friese
doorlopers reed ik vooral een scheve schaats. En na talloze pogingen heb ik het
maar opgegeven om ooit goed te leren schaatsen. Maar wel was ik goed in
sneeuwballen gooien. En sleetje rijden dan? Ja, heerlijk; van de Sijsjesberg
naar beneden en dan doorglijden naar de gaten van de zandafgravingen die daar
toen lagen.
Veel later kan ik mij uit mijn diensttijd nog twee zaken
herinneren. Een verplichte mars door de sneeuw met als beloning een kom snert
in de pauze, allemaal geregeld door onze opper, de moeder van de batterij. Maar
ook het laatste bivak voor het afzwaaien in Duitsland komt voorbij. Slapen in
een puptentje, terwijl het ruim vijftien graden vriest. Gewoon zonder kleding
in de slaapzak, waar we stro onder hebben gelegd. Na het wakker worden, je
buiten wassen met koud water uit een waterwagen. En pas daarna de kleding weer
aan.
Hier in Almere heb ik een winter meegemaakt waarbij we zo
goed als afgesneden waren van de rest van Nederland, omdat de dijk – de
toegangsweg tot – onberijdbaar was. Maar ook met mijn oudste dochter door de
sneeuw baggeren naar de Oevergriend, waarbij zij in een vuilniszak gestoken op
de slee zat.
Weer een aantal jaren later ben ik diverse keren door de
sneeuw op de bromfietsscooter naar het Gooi gereden om daar te gaan werken. Ook
regelmatig onderuit gegaan. En nu ik gepensioneerd ben? Wandel ik deze winter door
de sneeuw en geniet met name omdat er op zoveel plekken aandacht is voor de
ijsbeer.
Opa IJsbeer

Geen opmerkingen:
Een reactie posten