Spelen
Maandag 13 april 2020
Bijna vijftig jaar heb ik gewerkt en een groot deel van die periode heb ik mijn geld verdiend met sport. Niet dat ik zelf zo’n succesvolle sporter ben geweest, maar met schrijven over sport is ook een redelijk goed belegde boterham te verdienen.
Al vroeg is de liefde voor sport ontstaan. Luisteren naar radioverslagen van de Tour de France, de TT van Assen, voetbal. Maar vooral ook mythische verhalen lezen over Olympische Spelen. De Spelen uit de oudheid toen winnaars al als helden werden ontvangen in hun steden. Maar ook later. Neem de roeiers Roelof Klein en François Brandt die in Parijs in 1900 goud wonnen dankzij een jeugdige Franse stuurman op het nummer twee met stuurman. Hun eigen stuurman was te zwaar en toen werd een onbekend jongetje bij hen in de boot gehesen.
Ondanks die liefde voor de Spelen heb ik de Olympische Spelen nooit bezocht, ook geen behoefte gehad. Wel ben ik tweemaal in het oude Olympia geweest en vond de arena daar indrukwekkend. Het Olympisch stadion van Amsterdam heb ik gezocht, maar in steden als Athene, Barcelona, Berlijn en Rome heb ik niet gezocht naar de stadions.
In de loop der jaren is de drang de Spelen te volgen verdwenen. Dat is ontstaan in de periode dat de Winter- en Zomerspelen niet meer in hetzelfde jaar worden gehouden. Vooral een financiële kwestie. De Zomerspelen van Atlanta en Sydney gingen nog wel, maar bij Athene was mijn liefde eigenlijk al voorbij.
In het verleden zijn de Spelen wel eens geschrapt. Zo zijn er in 1916 (Berlijn), 1940 (Tokio/Helsinki) en 1944 (Londen) geen Spelen gehouden vanwege oorlogen. En dit jaar is een streep door Tokio gezet. En dus doen we het volgend jaar alsnog, vanwege het geld. Voor mij hoeft het dan niet meer.
Opa IJsbeer

Geen opmerkingen:
Een reactie posten