Op zijn paasbest
Maandag 28 januari
2019
Voor een dichtbundel ‘Herinnering’ dacht ik terug aan
iets wat ik schreef over de ondertussen verdwenen Fleschlaan in Doorn. Hier
woonden mijn grootouders in de bosrand. Als ik daar logeerde met mijn broer en
zus en ik wilde naar ‘de straat’ dan moest ik mijn nette/zondagse kleren aan.
Ook als ik met een oom of oma naar het dorp ging, moest ik er op zijn paasbest
uitzien.
Wat dat met een buurtsuper te maken heeft? Nou zelf kleed
ik mij niet om en heb gewoon mijn dagelijkse joggingbroek aan als ik naar de
winkel ga, of in de zomermaanden in een korte broek. Maar in de winkel zie ik
talloze mensen, vooral vrouwen die er tiptop gekleed uitzien, alsof ze net van
een feestje komen of op het punt staan naar een trouwerij te gaan. Op zijn
paasbest.
Een vreemde uitdrukking paasbest. Die is terug te voeren
naar zo’n honderd jaar geleden, toen de mensen er met Pasen netjes uit wilden
zien en vaak nieuwe kleren aantrokken.
Wat Pasen betekent voor veel mensen ga ik niet uitleggen.
In Doorn aten we op die dagen veel eieren. En tegenwoordig? Tegenwoordig is de
Pasen gekaapt door de commercie. Vorige week zag ik dat de schappen voor de
bijzondere koopjes al weer werden leeg gemaakt. En een dag later werden gevuld
met allerlei lekkernijen. Vooral van chocolade; paashazen en paaseieren. En net
als met de pepernoten en kerstkransjes zijn er altijd mensen die dit spul nu al
aanschaffen. Mij niet gezien. Misschien als Pasen en Pinksteren tegelijk
vallen.
Opa IJsbeer

Geen opmerkingen:
Een reactie posten