Mien waar is mijn feestneus
Maandag 20 februari 2023
Met carnaval heb ik weinig, misschien mede doordat ik een
protestantse opvoeding heb genoten. Dat gevoel van mij overgeven aan feesten
heb ik nooit onder de knie gekregen. Ach en de liedjes die daarbij horen zijn
over het algemeen zo bizar dat… Toch besteed ik in deze aflevering van Het
muziekdraadje aan het fenomeen carnavalskraker. Meestal zijn dit commercieel
opgezette liedjes.
Dat geldt ook voor Mien waar is mijn feestneus dat in
1968 de belangrijkste carnavalshit was. Dit nummer is op single gezet door Toon
Hermans, maar Willem Duys had voor zijn platenlabel Iramac
bedacht dat dit nummer gezongen moest worden door Wim Sonneveld, maar
die wilde niet overstappen naar dat label.
Producer werd Harry Knipschild omdat Duys een dubbele
boeking had. Omdat de in het westen opgenomen carnavalsmuziek meestal een te
hoog tempo kende ten opzichte van de muziek beneden de rivieren werd het nummer
bewust in een vertraagd tempo uitgevoerd. De opname zelf ging snel. Ook Toen
Hermans had niet veel tijd nodig voor zijn partij. En tenslotte werd nog een
koortje opgenomen met doorklinkende theeglazen met Duys, Knipschild, Maurice
Hermans en Dick Binnendijk.
Laat ik het uiteindelijk over de tekst hebben. Wie herinnert
zich nog de óverspannen bakker, een brave man uit Tiel, ging naar een
psychiater met een splinter in z’n ziel. Of Hij was ’n grote bokser een
superzwaargewicht. Hij danste langs de touwen en in het witte licht, maar hij
kreeg een linkse loeier en vijftienhonderd piek en na die laatste poeier toen
zeitie laconiek. M’n neus, m’n neus, Mien waar is m’n neus?
En heeft u het refrein nog nooit meegezongen, dan geef ik u
nu de kans. Mien waar is m’n feestneus, Mien waar is m’n neus? Waar is m’n
feestneus gebleven?
Opa IJsbeer

Geen opmerkingen:
Een reactie posten