Ontmoeting
Maandag 11 januari 2021
Het zal jullie niet zijn ontgaan dat ik regelmatig een
vroege wandeling maak. Wat minder vaak wandel ik in steden of dorpen om beelden
te fotograferen. In beide gevallen ontmoet ik daarbij mensen, die ik
vriendelijk groet en er zijn dagen bij dat zoiets ook een praatje en zelfs een maandagstukje
oplevert. Die gesprekken kunnen trouwens overal over gaan.
Enkele dagen geleden komt er een jongen van negen tot
tien jaar huppelend met zijn hondje uit een appartementencomplex aan het water.
Hij zwaait naar mij en zegt vrolijk gedag. Ik waarschuw hem voor gladheid.
Zelfs op enkele plekken van de Lage Vaart staat ijs. Op de Fluittocht staan de
meerkoeten op het ijs.
De jongen vertelt mij dat hij en zijn vader een boot
hebben. Hij een kleine rubberboot en zijn vader een grotere, sterke boot. ‘Bij
een sterkere motor moet ik een vaarbewijs hebben’, zegt hij, ‘net zoals mijn
vader.’ Zijn boot staat rechtovereind in de berging en ook de boot van zijn
vader ligt in de winter op de kant.
De jongen weet op welke plaatsen hij zachtjes moet varen
en waar het iets harder mag, zoals op sommige plassen. Maar ook dat je in de
lente moet oppassen voor eenden- en ganzenkuikens omdat die in de golfslag
kunnen verdrinken.
Al pratend loopt de jongen een flink eind met mij op, terwijl
hij zijn hondje uitlaat. ‘Hij moet altijd een flink eind lopen, soms loop ik
helemaal naar de Evenaar’, vertelt hij. En pas als het diertje tweemaal zijn
behoefte heeft gedaan, wordt het tijd naar huis te gaan. ‘Tot morgen’, groet
hij.
‘Misschien’, antwoord ik’, want ik loop iedere dag een
andere kant op en weet niet of ik dan ook hier ben.’ Ik zwaai eenmaal en loop
naar mijn eigen buurt.
Opa IJsbeer

Geen opmerkingen:
Een reactie posten