maandag, juni 29, 2020

Hendrik #088

Met elkaar

Maandag 29 juni 2020

Zonder ook maar een moment na te denken bied ik hem zaterdagmorgen een arm aan. Een oudere man heeft net vanaf de parkeerplaats voor gehandicapten zijn karretje naar de winkel geduwd, voor hem een bijna onmogelijke opgave. Even steun zoeken tegen de schuifdeur, zwaar hijgend. Ik heb net mijn tas met boodschappen uit mijn kar gehaald, laat die kar achter voor een medewerkster die hem schoonmaakt en stap naar buiten. Dankbaar pakt de man mijn arm en schuifelt mee naar zijn auto, die met openstaande deur op hem staat te wachten.

Mijn goede daad voor die dag is gedaan. Maar ben ik tekortgeschoten? Hoort die man nog wel in een auto op de weg? En is er thuis iemand die op hem wacht, die hem verlost van de boodschappen, ze van hem overneemt? Wie moet ik waarschuwen in zo’n geval? De politie?

En is het in deze tijd wel verstandig je te laten aanraken door een wildvreemde, kortademige senior? Dit soort vragen komen bij mij altijd later bovendrijven. Eerst handelen en daarna zien of iets handig en verstandig is.

Zondagmiddag heb ik de andere kant van de medaille meegemaakt. Ik geef toe de situatie is onoverzichtelijk, maar toch… Ik fiets over de Johnsonbrug en wil het fietspad op gaan als er van links een automobiel mijn weg kruist. Ik moet hard remmen om een botsing te voorkomen. De bestuurster, met twee kleine kinderen in de auto, begint op mij te schelden en vervolgt haar route over het fietspad. Iets verderop kan zij niet verder. Mijn vrouw vraagt heel beleefd of zij kan helpen, maar op deze twintiger staat vandaag geen maat. Zij loopt rood aan. Van schaamte? Van boosheid? Mijn vrouw krijgt de volle laag, blijft rustig en zegt te willen helpen. Sommigen zijn echter niet te helpen.

 

Opa IJsbeer

Geen opmerkingen: