maandag, april 27, 2020

Hendrik #079


Opruimen

Maandag 27 april 2020

Koningsdag is vandaag totaal anders dan voorgaande jaren. Natuurlijk hang ik de vlag uit. Waarom ook niet? De laatste jaren heb ik een paar keer een reportage moeten schrijven voor De Gooi en Eemlander over activiteiten op deze dag. In Eemnes kom je dan al snel bij  het spektakelstuk de Sterkste man uit. Er is altijd wel ergens een aubade, een kermis en uiteraard de onontkoombare Vrijmarkt, de kleedjesverkoop of hoe het plaatselijk ook maar wordt genoemd. Soms zijn er al dagen van tevoren vakken getekend en gereserveerd. Winkeliers bakenen voor zichzelf een stukje af.

In het verleden ging mijn vrouw ook wel eens vroeg op pad om een fiets of wat spoelgoed te scoren voor onze kinderen. Maar tegenwoordig laten wij dit soort verkopen, nadat de zolder is opgeruimd, voor wat het is. Dit jaar gaat die verkoop niet door, althans het is niet toegestaan. En de gemeentes zijn daar maar wat blij mee, want ieder jaar blijft er ontzettend veel rommel achter. Rommel die allemaal door medewerkers van de gemeente moet worden opgeruimd. Het liefst zo snel mogelijk, zodat de volgende dag er niets meer van is terug te zien.

Net zoals de mensen van de plantsoenendienst hebben ook de mensen die de stad en het dorp moeten schoon houden het zwaar. Door omstandigheden werken zij met minder mensen, terwijl de afvalhoop alleen maar groeit. Kijk maar eens in de perken. Kijk maar eens bij de bankjes in een park, bij een speelplaats of plantsoen. Kijk maar eens bij een visplaats. Niet alleen ’s avonds maar ook overdag wordt er van alles en nog wat gedeponeerd. Kennelijk hebben we voldoende kracht en energie om etenswaren en blikjes en flesjes drinken mee te sjouwen. Maar na het nuttigen is alle energie ineens verdwenen en dumpen we de spullen. Of mogen ze het thuis niet weten?



Opa IJsbeer

maandag, april 20, 2020

Hendrik #078


Zo dat is eruit

Maandag 20 april 2020

Vandaag wil ik het eens ergens anders over hebben en niet over Corona en al zijn zijsprongen, omdat er al zoveel over wordt gesproken en geschreven. Maar bijna automatisch dansen mijn vingers over het toetsenbord van mijn laptop.

En daarom nu over wat ik zie gebeuren om mij heen. Bij een Almeers café zijn buiten op het terras vakken van 1,5 meter getekend en kan er buiten staand een bak koffie worden gedronken, zolang iedereen zich maar aan de regels houdt. In de supermarkt zijn de meeste winkelende bezoekers zeer beleefd, zowel naar elkaar als naar het personeel. Maar er zijn uitzonderingen en het personeel mag er niets van zeggen als zij voor de zoveelste keer wordt geschoffeerd.

Zo gaat het bijna overal. Veel vriendelijke mensen, maar een kleine groep verstiert het voor de anderen. Zelf heb ik een aantal jaren met veel plezier op de racefiets gereden, geen wedstrijden maar kilometers maken, bewegen en genieten van mijn omgeving. De racefiets is verdwenen maar fietsen doe ik nog steeds met veel plezier en er zijn nog steeds veel anderen die aan fietsen lol beleven. Dat heb ik ook gisteren weer ervaren tijdens een rondje over de dijken van Almere. En de meesten zijn beleefd, houden rekening met de medemens, houden even in bij een tegenligger en passeren ruim.

Maar helaas is er nog steeds een kleine groep die daar anders over denkt en zich anders gedraagt. Er vormen zich nog steeds pelotons, er fietsen nog steeds mensen luid kwekkend pal naast elkaar en zoeven dan strak langs tegenliggers of voorbij fietsers die minder rap zijn. En dan… nog even de neus leeg maken. Drollen en zakkenwassers zijn dit soort fietsers. Zo dit is eruit.



Opa IJsbeer

maandag, april 13, 2020

Hendrik #077


Spelen

Maandag 13 april 2020

Bijna vijftig jaar heb ik gewerkt en een groot deel van die periode heb ik mijn geld verdiend met sport. Niet dat ik zelf zo’n succesvolle sporter ben geweest, maar met schrijven over sport is ook een redelijk goed belegde boterham te verdienen.

Al vroeg is de liefde voor sport ontstaan. Luisteren naar radioverslagen van de Tour de France, de TT van Assen, voetbal. Maar vooral ook mythische verhalen lezen over Olympische Spelen. De Spelen uit de oudheid toen winnaars al als helden werden ontvangen in hun steden. Maar ook later. Neem de roeiers Roelof Klein en François Brandt die in Parijs in 1900 goud wonnen dankzij een jeugdige Franse stuurman op het nummer twee met stuurman. Hun eigen stuurman was te zwaar en toen werd een onbekend jongetje bij hen in de boot gehesen.

Ondanks die liefde voor de Spelen heb ik de Olympische Spelen nooit bezocht, ook geen behoefte gehad. Wel ben ik tweemaal in het oude Olympia geweest en vond de arena daar indrukwekkend. Het Olympisch stadion van Amsterdam heb ik gezocht, maar in steden als Athene, Barcelona, Berlijn en Rome heb ik niet gezocht naar de stadions.

In de loop der jaren is de drang de Spelen te volgen verdwenen. Dat is ontstaan in de periode dat de Winter- en Zomerspelen niet meer in hetzelfde jaar worden gehouden. Vooral een financiële kwestie. De Zomerspelen van Atlanta en Sydney gingen nog wel, maar bij Athene was mijn liefde eigenlijk al voorbij.

In het verleden zijn de Spelen wel eens geschrapt. Zo zijn er in 1916 (Berlijn), 1940 (Tokio/Helsinki) en 1944 (Londen) geen Spelen gehouden vanwege oorlogen. En dit jaar is een streep door Tokio gezet. En dus doen we het volgend jaar alsnog, vanwege het geld. Voor mij hoeft het dan niet meer.



Opa IJsbeer

maandag, april 06, 2020

Hendrik #076


Helden

Maandag 6 april 2020

Een held mag je mij zeker niet noemen. Zelfs geen held op sokken. Maar enige stijfkoppigheid is mij niet vreemd. Want als ik iets bijzonders van plan ben, dan moet er heel wat water naar de zee zijn gestroomd voor ik van dat, misschien wel onzinnige, idee ben af te brengen. Die stijfkoppigheid heeft mij in mijn leven al diverse keren grote problemen opgeleverd. Maar ik ken ook de andere kant van de medaille; die eigenschap heeft mij een aantal bijzondere levensmomenten opgeleverd. Zoals vier dagen extra verlof vlak voor ik zou afzwaaien. En omdat ik in Duitsland ben gelegerd en het vervoer niet goed is geregeld, moet ik dat zelf doen.

En dus ga ik liftend naar huis, word door een vrachtwagenchauffeur opgepikt langs de Autobahn en die helpt mij weer aan een vervolglift naar de grens. Voor mij zijn die chauffeurs helden. Niet alleen toen maar ook op dit moment waarin zorgverleners, hulpdiensten en ouders tot een heldenstatus zijn verheven.

Veel van die chauffeurs moeten overuren maken om alles op tijd bij de klant te krijgen. Daarvoor zijn ze voor dag en dauw al op pad. Omstreeks half zeven zondagmorgen zie ik zo’n gigantische combinatie rijden op weg naar mijn buurtsuper. Hoe lang is deze chauffeur al onderweg vraag ik mij af. Eerst naar het depot, waar zijn oplegger is gevuld en daarna naar het eerste adres dat hij moet bezoeken. En vervolgens door naar het volgende adres. En als zijn lading is gelost mag hij opnieuw zijn oplegger laten vullen en op pad. En als hij ’s avonds klaar is en naar huis rijdt om zijn vermoeide hoofd neer te leggen, dan hoopt hij dat hij die dag de rijtijdenwet niet heeft overtreden en anders iemand een oogje dicht zal knijpen.



Opa IJsbeer