De ochtendstond
Maandag 9 november 2020
Jarenlang ben ik om vijf uur ’s morgens wakker geworden.
Ik heb daar ook tijden lang geen wekker voor hoeven zetten. Die wekker zit in
mijn hoofd. De laatste tijd is de wekker echter wat van slag, schudt mij op de gekste
momenten uit mijn slaap, maar nog steeds stap ik omstreeks vijf uur uit mijn
bed. Soms iets vroeger en soms iets later. En uitslapen? Ja, dan ben ik om
zeven uur paraat.
Als ochtendmens zijn die eerste daguren voor mij goud
waard. Ook al is het nog donker. Het hoofd is dan nog fris, net zoals de
temperatuur buiten. De overgang van nacht naar dag wordt door mij bijna met
gejuich begroet. En als ik aan het wandelen ben, al maandenlang maak ik bijna
iedere ochtend een wandeling, dan zie ik regelmatig de zon opkomen. En zelfs
als de zon niet door het wolkendek breekt, word ik warm van binnen.
Het is een tijdstip dat ik deel met andere ochtendmensen.
Sommigen hebben er zelfs een hondje voor aangeschaft, zodat ze wel naar buiten
moeten, zo verklaarde gisteren een hondenbezitster mij. Dat is voor mij echter toch een stap te ver. In
het verleden zijn wij overigens wel de bezitters van twee honden geweest, maar
de aanwezigheid van een huisdier vind ik een te grote belemmering van mijn
vrijheid.
Die vrijheid benut ik zo goed mogelijk en bijna iedere
ochtend verwonder ik mij weer over het palet aan kleuren. De veranderingen gaan
zo snel dat vermoedelijk zelfs de beste schilder moeite heeft dat op een doek
over te brengen. Zelfs het vastleggen van het juiste moment met een camera is
een kunst op zich. Ik begin daar niet aan en schiet er daarom maar wat op los.
En soms, heel soms…
Opa IJsbeer
1 opmerking:
Volgens mij ksn iedereen fotograferen maar kijken is de kunst. En als je dan ook nog kan schrijven....:)
Een reactie posten