maandag, oktober 26, 2020

Hendrik #105

Trots

Maandag 26 oktober 2020

Alle begin is moeilijk. Is dit echt zo of is het gewoon een uitdrukking waar mensen gebruik van maken met minder talent. Ik heb nooit goed leren zwemmen of schaatsen en zal beide ook nooit meer goed onder de knie krijgen. Of ik daar problemen mee heb? Absoluut niet, ik heb daar echt vrede mee. Zo zijn er meer zaken waar ik minder goed mee uit de voeten kan, een beetje sleutelen is bijvoorbeeld niet echt aan mij besteed.

Fietsers en met name mensen met een racefiets sleutelen veel aan hun vervoermiddel. Echt waar, ik heb wel eens een band geplakt en een spaak (met veel moeite) vervangen, maar het echt fijne werk heb ik nooit geleerd. Het onderhoud besteed ik het liefst uit. Fietsen zelf vind ik echter fantastisch. Heb dat in het verleden ook veel gedaan, toertochten en meerdaagse ritten met familie. In iedere provincie ben ik wel geweest en nog steeds maak ik zo nu en dan een ritje.

Afgelopen week ontmoette ik een fietser uit Tilburg. Terwijl ik aan het wandelen was stond hij vanaf een viaduct over de Lage Vaart De Rode Donders te fotograferen. De Brabander had zich ten doel gesteld in twaalf dagen alle provincies aan te doen en hij had nog vijf dagen voor de boeg. Overal maakt hij een twintigtal foto’s. Met trots vertelde ik over mijn stad, die absoluut niet saai is. Ik vertelde over mooie plekjes, het groen, het vele water, de archeologische vondsten, de Regenboogbuurt met zijn kleuren en kunstwerken zoals Vondst van Ria Smit, dat vlakbij aan het water te vinden is.

Na enige tijd scheiden zich onze wegen. Ik wandelde verder en hij stond langs het water zijn volgende serie foto’s te maken. Wat een Vondst.

 

Opa IJsbeer


maandag, oktober 19, 2020

Hendrik #104

 

Gelukt

Maandag 19 oktober 2020

Letters vormen woorden, vormen zinnen. Sommige hebben betekenis, andere lijken nauwelijks zin te hebben maar na enige tijd blijkt de waarde. Afgelopen week hebben wij dat volop kunnen zien. Neem nu de aankondiging van onze koning, dat hij een weekje naar zijn vakantieadres op de Peloponnesos wil gaan.

‘Onze vorst’ doet dat in een gesprek met ‘onze minister-president’, die geen bezwaar ziet en een dag later het alweer vergeten lijkt als hij in zijn persconferentie het volk voorhoudt dat het allemaal een stuk strakker moet, dat wij, de burgers, beter niet voor de fun kunnen reizen. En als onze koning op vrijdag vertrekt dan is ons land te klein, valt een groot deel van ons land over de koning heen. Je zult maar vorst van zo’n bevolking zijn. Je zult maar de baas van de regering van dit land zijn.

Waar moet dit heen? Waar gaat dit verhaal heen? Zoals meestal komt er ergens toch een switch. De koning komt snel weer terug. En ik? Ondanks het onderlinge gekissebis van mijn landgenoten, het neerhalen van eeuwenoude waarden, voel ik mij hier nog steeds thuis. Emigratie naar een ander land? Ik moet daar echt niet aan denken en ondanks dat ik mij heerlijk voel in Griekenland, is het geen land waar ik blijvend wil wonen.

De warmte van de mensen daar en temperaturen in voor- en najaar vind ik heerlijk, ook het voedsel kan ik goed verteren. Het onthaasten is fantastisch, maar dat weegt allemaal niet op tegen de minpunten. Allereerst spreek ik de taal niet, maar bovenal ben ik dan veel te ver verwijderd van mijn kinderen en kleinkinderen. En mijn vrouw? Nee, die krijg ik ook niet blijvend mee. Ik voel twee zachte armen om mij heen. Zij huivert en ik bied haar warmte.

 

Opa IJsbeer


maandag, oktober 12, 2020

Hendrik #103

Vakantie

Maandag 12 oktober 2020

De scholen in deze regio blijven dicht vandaag. En ditmaal heeft het, in tegenstelling tot het voorjaar, niets te maken het nog steeds aanwezige virus dat weliswaar meer slachtoffers maakt dan tijdens de eerste golf, maar nog niet geleid heeft tot dezelfde strenge maatregelen als in de lente. Het één heeft vermoedelijk te maken met verkiezingen die eraan komen (volgend jaar) en het ander is een afgeleide van de spreiding van vakanties.

In deze regio hebben leerlingen van scholen herfstvakantie en ouders en begeleiders moeten zich weer eens in tweeën splitsen. Misschien zelfs wel in drieën; kinderen opvangen, huishouden draaiende houden en (de meesten) ook nog eens werken/ de kost verdienen. Niet iedereen is in staat extra vakantiedagen op te nemen en er wordt derhalve vaak een beroep gedaan op grootouders, die het zelden vervelend vinden hun kleinkinderen een paar dagen te verwennen.

Als kind ben ik ook regelmatig uit logeren geweest bij mijn opa en oma in Doorn. En aan de meeste van die uitstapjes heb ik uitermate goede herinneringen. Dwalen door het bos met mijn broer, mijn opa of met een oom. Spelletjes doen, soms ook spanning. Onverwachts een vos zien oversteken. De bosgeluiden onder het dak.

Één vakantie zal ik nooit vergeten. De schreeuw, de tranen, het verdriet. Mijn zus en ik bij oma, eind juli 1964, in haar woning in het bos en dan komt er bezoek met de mededeling dat Gijs is overleden. Mijn grote broer, zestien jaar oud, is er niet meer. Overleden na een zware hersenoperatie. Nooit meer samen spelen, nooit meer samen fietsen, nooit meer samen roken, nooit meer slapen in één bed. Inderdaad die vakantie zal ik nooit vergeten. En ik hoop dat mijn kinderen, kleinkinderen zo’n vakantie nooit hoeven mee te maken.

 

Opa IJsbeer


maandag, oktober 05, 2020

Hendrik #102

Weesfiets

Maandag 5 oktober 2020

Als een magneet word ik de herfst ingetrokken. En dat vind ik absoluut niet erg, want ieder jaargetijde wordt door mij omarmd; regen, wind, guur en een langzaam afstervende natuur. Maar wel in de wetenschap dat nadat de winter zijn plasje erover heeft gedaan bijna alles weer opbloeit in het voorjaar.

Tijdens mijn wandelingen kom ik in de wijk zo nu en dan een magneetvisser tegen. Iemand die met een zware magneet gedumpte metalen voorwerpen uit het water vist. Met de regelmaat van de klok worden wegwerpfietsen uit het water van de Lage Vaart gevist. Ook dat vissen gebeurt in alle jaargetijden van het jaar. Bruikbaar zijn die opgeviste fietsen kennelijk nauwelijks meer want de visser vindt het niet de moeite waard ze mee naar huis te nemen. Het oud ijzer zal vermoedelijk niets opleveren.

In de jaren zestig werd het stelen van fietsen nog als een fors misdrijf gezien en een gestolen fiets altijd aangegeven. Dat gebeurt tegenwoordig zelden en wie om zich heen kijkt ziet in eigen omgeving regelmatig achtergelaten fietsen staan. Veel fietsen waaraan een onderdeel ontbreekt, iets kapot is en die fietsen takelen snel af.  Al dan niet met hulp van vandalen.

Een geregistreerde, achtergelaten fiets krijgt in onze stad een label en als de fiets binnen een bepaalde periode niet is verplaatst dan ontfermt de gemeente zich erover. Ik zie twee handhavers, zij zijn altijd met zijn tweeën, labels controleren. Een groepje jongeren kijkt er meewarig naar. Van mij krijgen deze handhavers echter een duim, want zij helpen de gemeenschap leefbaar te houden. Op weg naar huis zie ik een weesfiets tegen een heg staan. Een paar dagen later is het zadel verdwenen. En weer een paar dagen later ligt het rijwiel in de bosjes. Vandaag maar een berichtje bij de gemeente achterlaten.

 

Opa IJsbeer