maandag, juni 30, 2025

Het muziekdraadje 183

The Elephant Song

Maandag 30 juni 2025

Kandiah Kamalesvaran groeit op in Kuala Lumpur en verhuist in 1953 naar het Australische Adelaide waar hij ondervindt wat rassendiscriminatie inhoudt. De negentienjarige Maleisiër is arm en spreekt nauwelijks Engels. Hij dreigt uitgezet te worden door de immigratiedienst, ook toen al, maar weet dat op het nippertje te voorkomen.

In Adelaide komt hij in aanraking met muziek, moderne en klassieke muziek en zijn voorkeur gaat vooral uit naar het werk van donkere musici. Als hij de Amerikaanse jazzpianist en zanger Nat King Cole ontmoet weet hij het zeker; dit wil hij ook. Hij jaagt zijn droom na en wordt zanger. Met zijn bijzondere stem zingt hij zijn eerste single Sound of Goodbye de Australische hitlijst in. Australië vertegenwoordigt hij in 1972 tijdens een internationaal songfestival in Rio de Janeiro. Pas drie jaar later leert Europa hem kennen via een bijzonder lied.

Met de tekst van Gregor Frenkel Frank moet The Elephant Song de finale worden van een televisiespecial voor het Wereld Natuur Fonds. Mede-auteur Hans van Hemert wil dat het lied door Frank Sinatra wordt gezongen, maar die weigert. Van Hemert vraagt vervolgens aan Polygram om opnames van zangers en wordt getroffen door de diepe, zware stem van Kamahl, de artiestennaam van Kamalesvaran. Zijn uitvoering staat vijf weken op nummer één in de Nederlandse Top 40, wordt ook een hit in Vlaanderen, in Nieuw-Zeeland maar doet in zijn thuisland weinig tot niets.

Tell me said the elephant, tell me brothers if you can, why all the world is full of creatures, yet we grow in fear of man.’ Inderdaad er is sinds 1975 weinig veranderd op de aarde. ‘People kill without regret, although they fly by jumbo-jet. Let the word all may remember, let the children not forget, gentle is the elephant.’ Alleen als wij, mensen en dieren samenwerken, komen wij eruit zingt Kamahl. ‘It is conversation time, so take the warning when we trumpet, fort he future of mankind.’

Opa IJsbeer


maandag, juni 23, 2025

Het muziekdraadje 182

A Horse with no Name

Maandag 23 juni 2025

De namen Gerry Beckley, Dewey Bunnell en Dan Peek zullen de meesten niet veel zeggen. Dit drietal ontmoet elkaar in Londen, waar hun vaders zijn gestationeerd bij de Amerikaanse luchtmacht. Eind jaren zestig als zij klaar zijn met de London Central High School beginnen zij met optreden in verschillende bandjes. Peek verhuist voor korte terug naar Amerika om daar te gaan studeren, iets wat op een fiasco uitloopt. Nadat hij terug is in Engeland formeert het drietal de band America en de rest is geschiedenis. Althans…

Zij maken naam met hun folkrock, vaak driestemmig en omdat veel mensen denken dat zij Britse muzikanten zijn die Amerikaans willen klinken kiezen zij voor de naam America en spelen in de begintijd vooral in de omgeving van Londen.

In 1971 tekent de groep een contract bij Kinney Records  en neemt een album op dat wordt geproduceerd door het bekende duo Ian Samwell en Jeff Dexter. In Nederland hebben zij daarmee succes maar elders loopt de verkoopt stroef. Er wordt besloten een aantal extra nummers op te nemen waaronder Desert Song. Dat wordt voor het eerst gespeeld tijdens het Harrogate Festival en het publiek is laaiend enthousiast. Na enkele optredens in tv-shows wordt het nummer in 1972 omgedoopt tot A Horse with No Name en wordt wereldwijd een hit en ook het debuutalbum van de groep wordt nu opgepikt.

‘On the first part of the journey I was looking at all the life, there were plants and birds and rocks and things, there was sand and hills and rings.’ Als ik deze begintekst hoor dan weet ik het weer. ‘I’ve been through the desert on a horse with no name. I felt good to be out of the rain. In the desert you can remember your name ‘cause there ain’t no one for to give you no pain.’ En omdat ik nu eenmaal op de bodem van de vroegere Zuiderzee leef eindig ik met ‘After nine days I let the horse run free ‘cause the desert had turned to sea.

Opa IJsbeer


maandag, juni 16, 2025

Het muziekdraadje 181

Black Snake Blues

Maandag 16 juni 2025

Voor Het Muziekdraadje van deze aflevering maak ik een uitstapje naar de blues en voor mij vaak terugkerend thema dat bovendien zelden in één hokje is te vangen. Het nummer waarvoor ik heb gekozen is aanvankelijk bekend geworden door een versie van Blind Lemon Jefferson die dit in 1927, inderdaad bijna honderd jaar geleden op de plaat heeft gezet met als titel Black Snake Moan.

Het origineel is van Victoria Spivey, die het heeft geschreven en een jaar eerder al heeft opgenomen. Deze zangeres is in 1906 geboren in Texas. Haar vader speelt zelf in een band en leert haar op twaalfjarige leeftijd piano spelen. Haar muzikale carrière begint echt als zij op negentienjarige leeftijd meedoet met Lazy Daddy’s Fillmore Blues Band en bij L.C. Tolen’s Band and Revue, waardoor zij onder andere ook in contact komt met Blind Lemon Jefferson.

Met haar unieke stem is zij uitermate geschikt om ook te zingen en Black Snake Blues is in 1926 haar eerste single. Zij wordt door velen gevraagd mee te doen en toert onder andere een tijdje met Louis Armstrong. Als veel African Americans zich verwijderen van de blues stopt zij een tijdje met optredens.

In het begin van de jaren ’60 besluit Spivey tot een come back en begint een eigen muzieklabel; Spivey Records. Daarvoor heeft zij al John Hammond en Bob Dylan geholpen. In ons land blijft zij min of meer een onbekende.

Zoals gewoonlijk ga ik nog even naar de sontekst. ‘Don’t blow just like, ain’t never blowd before. Some Black Snake done leadeth my rider, hear me crying.’ En later hoor ik haar zingen ‘Rather be a catfish swimming in the deep blue, lodged beneath a submarine, behind a floating boat.’ En zij eindigt met: ‘What a mean black snake that’s doing me this a-way. If I ever go back south, well I’m going back there to stay.’

Opa IJsbeer


maandag, juni 09, 2025

Het muziekdraadje 180

El Cóndor Pasa

Maandag 9 juni 2025

Voor Het muziekdraadje neem ik jullie mee naar een oude compositie van de Peruaanse musicus Daniel Alomia Robles. Zijn instrumentale werk is gebaseerd op een Peruviaans volksliedje dat niet niet over de condor gaat maar over een andere vogel. Soy la paloma que el nido perdió (ik ben een duif die zijn nest verloor) vormt de basis van dit nummer, waarbij in 1913 Julio Baudoin een tekst schrijft.

Al snel komen er meerdere versies en volgen er covers. Robles verzuimt om copyright aan te vragen voor zijn melodie, iets wat pas in 1933 gebeurt. Op dat moment zijn er al talloze opnames gemaakt, de eerste is van het Orquesta del Zoológica met als titel Danza Incaica.

Mede door de Argentijnse groep Los Incas krijgen wij het te horen. Paul Simon zag een optreden van deze groep in Parijs en gebruikte hun versie in 1970 voor zijn El Cóndor Pasa (If I could) zonder om toestemming voor het gebruik van de compositie te vragen. Het duo Simon & Garfunkel krijgt daarop een rechtszaak van de zoon van de componist aan de broek.

Het hek is van de dam met opnames door onder andere Andy Williams, Anita Kerr, de orkesten van James Last, Franck Pourcel, Fausto Papetti. Talloze vertalingen ook in het Nederlands, in meerdere versies, door onder andere de Vlaamse Dana Winner, Zangeres zonder Naam en Jannes.

Ik ga nog even naar de tekst van Paul Simon dat als volgt begint: I’d rather be a sparrow than a snail. Yes, I would If I could I sureley would. Ook hierna komen er diverse vergelijkingen zoals tussen een hamer en een spijker, een bos en een straat. Nog een klein stukje tekst: I’d rather sail away like a swan that’s here and gone. A man gets tied up to the ground. He gives the world its saddest sound. Inderdaad de woorden vallen niet maar de melodie is El Cóndor Pasa.

Opa IJsbeer


maandag, juni 02, 2025

Het muziekdraadje 179

Wooly Bully

Maandag 2 juni 2025

Voor de maand juni heb ik als uitgangspunt voor Het muziekdraadje het thema dieren gekozen. Met The Animals kan ik dan een heel eind vooreind maar dat vind ik weer te gemakkelijk. Ik kies daarom als start voor iets anders, een lied dat ook nog eens heel makkelijk in het gehoor ligt.

Wooly Bully is gebaseerd op Hully Gully now van Big Bo & The Arrows en dat is weer ontstaan naar aanleiding van Feelin’ Good van de blueszanger Junior Parker. De schrijver van het nummer, Domingo ‘Sam’ Samudio, krijgt toestemming om dat ‘Hully Gully’ om te vormen tot zijn versie waarbij hij het ‘watch it, watch it now’ van het origineel gebruikt.

Met Samudio heb ik tevens de zanger van dit nummer genoemd, een rock and roll zanger, die als artiestennaam Sam the Sham voert en onder andere met Trini Lopez heeft gespeeld, maar ook met Andy Anderson en Vincent Lopez in Andy and the Nightriders. Als Anderson en Lopez die band de terug toekeren wordt de naam van de band veranderd in Sam the Sham and the Pharaos en halverwege de jaren zestig heeft die groep enkele hits.

Wooly Bully is hun grootste hit en ook de titel van hun eerste album. Vanwege de voor sommigen onbegrijpelijke tekst wordt de song in de Verenigde Staten aanvankelijk door veel zenders geboycot, terwijl het toch eigenlijk heel simpel is. Die tweespraak wordt dus niet gevat, niet begrepen terwijl aan het begin van het lied de Mexicaanse afkomst van Samudio duidelijk merkbaar is en zeker bij de nationalistische zenders moet je daar niet mee aankomen.

Maar goed, de tekst: ‘Matty told Hatty about a thing she saw, had two big horns and a wooly jaw’, duidelijk toch dat dit over een bizon gaat of… ‘Let’s don’t take no chance. Let’s not be L-seven, come and learn to dance.’ En voor de rest laat de beentjes maar de rest doen: Wooly Bully.

Opa IJsbeer