maandag, juni 26, 2023

Het muziekdraadje 78

Too tight blues

Maandag 26 juni 2023

Na het zoete Distant drums uit de vorige aflevering van Het muziekdraadje vraag ik aandacht voor een song waarbij ik mij soms afvraag tot welk muziekgenre dit nu eigenlijk hoort. Het is een nummer van de Amerikaanse zanger, gitarist en pianist Arthur Blake, blind geboren in 1896 in Newport News in Virginia die tijdens zijn kortstondige leven optrad als Blind Blake.

Lang werd aangenomen dat zijn werkelijke naam Arthur Phelps was. Op sommige platen staat hij ook als zodanig vermeld. Bij nader onderzoek naar deze artiest werd zijn overlijdenscertificaat uit 1934 gevonden en kon er een streep door deze aanname. De laatste jaren van zijn leven bracht Arthur Blake met zijn echtgenote Beatrice McGee door in Milwaukee in de wijk Brewer’s Hill, waar hij door zijn platenmaatschappij Paramount was gehuisvest. Een feest was die laatste periode absoluut niet voor hem. Verzwakt door tuberculose was hij sinds 1932 werkloos en Blake overleed uiteindelijk op weg naar het ziekenhuis aan een longbloeding.

In zijn actieve jaren trad Blind Blake onder andere op als begeleider van Ma Rainey, Cool Grant en de jazzklarinettist Johnny Dodds. Door zijn gitaarspel, dat soms iets weg heeft van een ragtimepiano, was Blake een voorbeeld voor anderen, zoals Blind Boy Fuller en Blind Willie McTell, maar zijn muziek klinkt ook door in het werk van de legendarische Robert Johnson.

De eerste muziekopnames van hem dateren uit 1926, uiteindelijk zijn er 79 nummers van hem op de plaat gezet. Artiesten als Bob Dylan, Ralph McTell en Ry Cooder hebben muziek van hem gecoverd. Ik luister naar Too tight blues, dat begint met Got my gal took a chance, we went to a midnight dance too tight, this rag of mine. En wat hierna volgt is vooral Too tight, can’t get enough.

Opa IJsbeer


maandag, juni 19, 2023

Het muziekdraadje 77

Distant drums

Maandag 19 juni 2023

Hoewel ik de voorliefde voor blues niet onder stoelen of banken steek in Het muziekdraadje maak ik ook uitstapjes naar andere muziekgenres. De muzikale carrière van Jim Reeves heeft niet zo heel lang geduurd. Die startte pas nadat hij vanwege een enkelblessure moest stoppen als honkballer. Reeves kreeg in 1947 een baan als dj bij een radiostation en nam in 1953 zijn eerste plaat op. Mexican Joe leverde hem meteen succes en een nummer-1-notering op.

Zeker in zijn beginperiode zingt Reeves pure country, aan het eind van de jaren vijftig schuift hij richting rock-‘n-roll op, maar de countrystijl laat hij nimmer los. In 1963 heeft de zanger een fikse aanvaring met zijn platenmaatschappij omdat hij vindt dan andere artiesten meer aandacht krijgen dan hij. Nadat hij aan het afgesproken aantal opnames heeft voldaan weigert hij maandenlang in de studio te verschijnen. Door tussenkomst van zijn vriend Chet Atkins wordt de ruzie bijgelegd.

In 1964 vliegt Reeves met zijn net aangekochte vliegtuig naar huis ondanks dat hij nog geen geldig vliegbrevet heeft. Hij komt in een onweersbui terecht, negeert de aanwijzingen van de luchtverkeersleiding, het toestel wordt getroffen door bliksem en crasht. Reeves komt daarbij om samen met zijn vriend, pianist en manager Dean Manuel.

In 1966 wordt postuum de single Distant Drums uitgebracht. Het is geschreven door Cindy Walker en Fred Foster en gaat over een soldaat die wil trouwen voordat hij wordt uitgezonden naar een oorlog. Aanvankelijk is het nummer voor Roy Orbison, die het in 1963 opneemt. In de versie van Reeves wordt het een wereldhit, nadat er een volledig nieuwe instrumentale track voor is opgenomen.

I hear the sound of distant drums far away¸ zo begint dit lied. And if they call for me to come then I must go and you must stay. So Mary marry me, let’s not wait. En hoe dat afloopt luister maar.


Opa IJsbeer

maandag, juni 12, 2023

Het muziekdraadje 76

The life I live

Maandag 12 juni 2023

Terwijl ik in Griekenland scholieren langs de kant van de weg zie staan om opgehaald te worden denk ik aan mijn eigen middelbare schooltijd in de jaren ’60 met ouderwetse schooltassen en pukkels volgeschreven met artiestennamen. Een vaak voorkomende naam was die van Q65, lekker eenvoudig en kort, ruig ook net zoals hun muziek.

Bij het bedenken van de naam van zijn band wilde medeoprichter Joep Roelofs de naam vooral kort houden en greep terug naar de nummers Suzie Q en Route66 en omdat 66 wat minder ‘bekte’ dan 65 werd dat dus Q65 oftewel gewoon de Kjoe. De muziek werd bewust ‘lelijk’ gehouden, waarbij regelmatig teruggegrepen werd op oude R&B-songs en covers van The Animals, The Kinks en The Rolling Stones.

Voor hun nummer The Life I Live ging platenmaatschappij Decca helemaal los en stuurde de band naar Londen waar de Kjoe echter geen werkvergunning kreeg en na een aantal interviews keerde de band terug. Als stunt was bedacht dat zij met een rubberboot de oversteek maakten, in werkelijkheid deden zij dat alleen het laatste stukje waarna de bandleden door 30.000 mensen werden ontvangen op het strand van Scheveningen.

Het nummer staat op het debuutalbum Revolution en werd in 1966 als single uitgebracht. Het bereikte de vijfde plaats in de Nederlandse Top 40 en gaat onder andere over het huwelijksfeest van gitarist Roelofs. In 2010 werd het nummer door Moke uitgevoerd en in 2011 werd het oorspronkelijke nummer gebruikt voor de politieserie Seinpost Den Haag, dat in ons land door de KRO werd uitgezonden.

Sitting in my chair and thinking, thing of the I’m in, zo begint het nummer. Thinking of the music I make and all the things I don’t wanna give. Het klinkt allemaal zo bekend en vooral dat refrein: Well this is my life of sadness. This is the life I live. En echt vrolijk is dat bestaan uiteindelijk niet, luister maar naar het vervolg.

Opa IJsbeer


maandag, juni 05, 2023

Het muziekdraadje 75

Down home girl

Maandag 5 juni 2023

Voor Het muziekdraadje duik ik vandaag weer eens in de geschiedenis van de blues die onder te verdelen valt in talloze stromingen. Lizzie ‘Kid’ Douglas is één van de voorloopsters op het gebied van vrouwen die zich met deze muzieksoort bezighielden. Op haar tiende leerde zij banjo en op haar elfde gitaar spelen. Omdat zij haar voornaam Lizzie niet leuk vond, trad zij al op jonge leeftijd op feestjes op onder de naam Kid Douglas.

Op dertienjarige leeftijd liep Lizzie Douglas weg van huis en ging in Beale Street Memphis wonen, een straat met een bloeiende bluesscene. In 1929 trad zij daar op met haar tweede echtgenoot Joe McCoy en zij werden ontdekt door een talentscout van Columbia Records. Het duo kreeg van het platenlabel de namen Kansas Joe en Memphis Minnie.

Als Memphis Minnie nam Lizzie Douglas meer dan tweehonderd nummers op. In Chicago experimenteerde zij met diverse stijlen en geluiden, nam voor diverse platenmaatschappijen nummers op en werd door diverse bekende en onbekendere musici begeleid. Een van die musici was Big Bill Broonzy.

Het nummer Down Home Girl is zeker niet haar bekendste nummer en mag ook niet worden verward met de song die later door onder andere The Rolling Stones is uitgebracht. Zelf raakt mij deze eenvoudige uitvoering waarin de zangeres zich voorstelt. Well, I’m a down home girl and I’m tired of fooling with you. That’s why I’m gonna leave you baby, cause I’ve got those down home blues.

Inderdaad zij heeft haar levensreis gemaakt naar Memphis en Chicago. Een reis langs diverse echtgenoten zoals zij in dit nummer bezingt. I’m gonna buy my ticket straight on through and say: Hurry engineer, cause I’ve got those down home blues. En: Well, I go back home, I believe my luck will change. Then I will find me a man.

Opa IJsbeer