Noordzee
Maandag 24 april 2022
Het wordt weer tijd voor een Nederlandstalig nummer en dan
in het bijzonder van een zanger met een bijzonder oeuvre. Boudewijn de Groot
begon zijn zangcarrière met liedjes van Jaap Fischer en Jacques Brel tijdens
schoolfeesten. Vandaag kies ik voor Noordzee, dat in 1965 op single
verscheen en op zijn debuutalbum is te vinden.
Het nummer is geschreven door Lennaert Nijgh. Bij dit liedje
is er sprake van leentjebuur van het Engelse The Lowland Sea, dat
omstreeks de zestiende eeuw is gemaakt. In tegenstelling tot wat velen denken
gaat het niet om een van de vele Nederlandse zeeslagen maar gaat het lied over
een zeeslag tussen Britse en Spaanse schepen. Het schip waarover wordt gezongen
is The Sweet Trinity van Sir Walter Raleigh.
Vanaf de eerste keer dat ik nummer heb gehoord heb ik mij
door Boudewijn de Groot laten meeslepen. En van die openingsregels Daar
zeilde op de Noordzee, de Noordzee wijd en koud, een schip zo zwaar belanden
met ’s werelds ijdel goud krijg ik nog altijd de koude rillingen. En niet
alleen van het begin. Ook van het vervolg doet mij veel.
Toen zwom hij om het schip heen, hij was zo koud en moe.
Vol bitterheid en wanhoop riep hij zijn makkers toe. Het is het bekende verhaal
van de held en de niet nagekomen belofte, de slechte afloop, zoals ook uit het
laatste couplet blijkt. Zijn makkers redden hem toen maar op het dek stierf
hij. Na het een twee drie in Godsnaam dreef weg met het getij, de koene jonge
zeeheld, veel jonger nog dan wij. En zonk toen in de Noordzee, de Noordzee, de
Noordzee en in de Noordzee zonk hij. Inderdaad koude rillingen voel ik.
Opa IJsbeer



